Als het over groene waterstof gaat, is er één woord dat vaak verkeerd wordt gebruikt: duurzaam. Deze keer is het echter geen slogan of vage belofte. Het heeft een concrete betekenis gekregen door een wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit van Granada, die voor het eerst probeert te meten, met cijfers om het te staven, in hoeverre mariene energie voor groene waterstof de vergelijking met andere hernieuwbare energiebronnen kan doorstaan.
De vraag is niet of de zee "de toekomst" is. De vraag is om te begrijpen of het benutten van offshore wind en golven om waterstof te produceren echt werkt, wat de grondstofkosten zijn en welke impact het achterlaat. En juist op dit punt wijkt het onderzoek duidelijk af van alles wat er tot nu toe is gedaan.
De echte vraag is niet of het werkt, maar hoe rendabel het op termijn is
De Spaanse onderzoekers hebben de conventionele aanpak op zijn kop gezet. In plaats van alleen de hoeveelheid energie te beoordelen die offshore-installaties produceren, hebben ze het hele proces geanalyseerd: de bouw van de offshore-infrastructuur, de dagelijkse werking, het onderhoud en ten slotte de ontmanteling. Met alles wordt rekening gehouden, zonder shortcuts.
Dit betekent dat er wordt gekeken naar wat meestal op de achtergrond blijft: gebruikte materialen, verbruik van natuurlijke hulpbronnen, indirecte emissies, verborgen energiekosten. Het is een analyse zonder omwegen die het eindelijk mogelijk maakt om mariene energie op een realistische manier te vergelijken met traditionele zonne- en windenergie.
Het resultaat is minder voor de hand liggend dan het lijkt. Onder veel kustomstandigheden hebben offshore-infrastructuren die worden aangedreven door wind en golven een gunstige staat van dienst op milieugebied, met duurzaamheidsniveaus die vergelijkbaar zijn met die van reeds ontwikkelde hernieuwbare energiebronnen.
Een van de aspecten die mariene energie bijzonder aantrekkelijk maakt, is de continuïteit ervan. De zee gaat niet plotseling 'uit' en biedt, vooral langs veel Europese kusten, een constantere beschikbaarheid van energie dan andere bronnen. Dit is een belangrijke factor als het gaat om de productie van groene waterstof, die stabiliteit nodig heeft om efficiënt te zijn.
Het onderzoek toont aan dat offshore-installaties, juist vanwege deze regelmaat, positieve milieuprestaties kunnen handhaven in verschillende scenario's, en zich kunnen aanpassen aan verschillende geografische contexten. Dit is geen nichetechnologie die ontworpen is voor een paar ideale locaties, maar een potentieel reproduceerbaar systeem.
Het interessantste deel van het onderzoek is de gebruikte methode. De wetenschappers hebben twee analysetools gecombineerd die samen een compleet verhaal vertellen. Aan de ene kant is er een beoordeling van de verbruikte hulpbronnen en de uitstoot die wordt gegenereerd tijdens de werking van de faciliteiten. Anderzijds is er een bredere kijk op de hele levenscyclus, die ook rekening houdt met wat er voor en na de energieproductie gebeurt.
Deze tweeledige benadering biedt een minder ideologisch en meer concreet beeld. Mariene installaties voor groene waterstof zijn niet "per definitie schoon", maar ze zijn wel concurrerend op het gebied van duurzaamheid als alle gegevens in aanmerking worden genomen. En het is precies dit soort informatie dat nodig is om te beslissen of, waar en met welke verwachtingen er geïnvesteerd moet worden.
Mariene energie voor groene waterstof is vandaag de dag geen toverstokje. Maar het is wel een technologie die eindelijk ophoudt een futuristische belofte te zijn en het domein van concrete beslissingen begint te betreden. Met verifieerbare gegevens, echte vergelijkingen en duidelijk geïdentificeerde grenzen.
(JS/©GreenMe.it/Bron: Universidad de Granada/Vertaling en bewerking: The Global Nature/Illustratie: American Public Power Association via Unsplash)
