Eeuwenlang is schaken beschouwd als het toppunt van pure strategie, mentaal evenwicht en intellectuele uitdaging bij uitstek. Toch is schaken misschien niet zo eerlijk als men ons wil doen geloven.
Een nieuwe statistische analyse trekt immers de traditionele opstelling van de stukken op het schaakbord in twijfel en suggereert dat het spel al vanaf de eerste zet onevenwichtig is.
Een onderwerp dat niet alleen professionals intrigeert, maar ook degenen die uit passie spelen, misschien 's avonds voor een houten schaakbord of op een app.
Het voordeel van wit
In de schaakwereld is het bijna een publiek geheim: wie met wit speelt, is in het voordeel. De reden is simpel en concreet. Als eerste spelen betekent het tempo bepalen, onmiddellijk het centrale veld bezetten en de tegenstander dwingen om te reageren. In wedstrijden tussen ervaren spelers kan dit schijnbaar kleine voordeel doorslaggevend worden.
Jarenlang werd gedacht dat dit een acceptabele, bijna onvermijdelijke fout was. Maar tegenwoordig, dankzij gegevensanalyse en schaakmachines (computerprogramma's die schaakposities en varianten kunnen analyseren), neemt dit vermoeden de vorm aan van een wiskundige zekerheid.
Als een beroemde schaker de regels probeert te veranderen
In de jaren 90 had de legendarische Bobby Fischer (11e wereldkampioen schaken) een idee dat even eenvoudig als revolutionair was. Om het belang van uit het hoofd geleerde openingen te verminderen en partijen creatiever te maken, bedacht hij een variant waarbij de stukken op de eerste rij niet het klassieke patroon volgden.
Zo ontstond Chess960, ook bekend als Fischer Random Chess. De regels blijven hetzelfde, de stukken bewegen niet, maar de beginopstelling van de stukken verandert elke keer, waardoor er 960 mogelijke configuraties ontstaan. Het idee was duidelijk: minder automatisme, meer redeneren. En, tenminste op papier, meer evenwicht tussen Zwart en Wit.
Statistieken vertellen een ander verhaal
Een studie van Marc Barthelemy, een onderzoeker aan de Universiteit van Parijs-Saclay, trekt alles echter in twijfel. Door de 960 posities in Chess960 te analyseren met behulp van de open source schaakengine Stockfish, mat Barthelemy het initiële voordeel en de besluitvormingscomplexiteit van elke configuratie.
Het resultaat is verrassend en in zekere zin verontrustend. In 99,6% van de gevallen behoudt wit een voordeel. De stukken veranderen, de volgorde verandert, maar het probleem blijft. Volgens de onderzoeker is het voordeel van de eerste zet geen defect van het traditionele schaakbord, maar een structureel kenmerk van het spel.
Met andere woorden, het maakt niet uit hoe we de stukken schudden: als eerste beginnen telt altijd.
Een ander interessant aspect dat uit het onderzoek naar voren komt, betreft onze relatie met het traditionele schaakbord. De indeling die we altijd hebben gekend is niet gekozen omdat die eerlijker was, maar omdat die visueel symmetrisch was en makkelijk te onthouden. Een balans die meer esthetisch dan reëel was.
Volgens Barthélemy heeft klassiek schaken een hogere gemiddelde complexiteit en beslissingsasymmetrie dan veel andere mogelijke configuraties. Dat maakt ze niet minder interessant, maar het nodigt ons wel uit om er op een andere, minder romantische en bewustere manier naar te kijken.
Bestaat de 'eerlijkste' positie echt?
Van de 960 configuraties op Chess960 valt er één in het bijzonder op door zijn bijna perfecte balans. Dit is de zogenaamde 198-stelling, waarin het voordeel van wit en de moeilijkheidsgraad van de besluitvorming tussen de twee spelers praktisch tot nul zijn gereduceerd. Een soort ideaal ontmoetingspunt, althans volgens de cijfers.
Aan de andere kant is er een configuratie die de grootst mogelijke complexiteit genereert, waardoor elke partij vanaf de eerste zetten een klein strategisch labyrint wordt. Twee kanten van dezelfde medaille, die laten zien hoeveel het spel kan veranderen door simpelweg de stukken te verplaatsen.
Dit onderzoek doet niets af aan de fascinatie voor schaken of de geschiedenis ervan. Het voegt eerder een extra laag van bewustzijn toe. Weten dat perfecte pariteit niet bestaat, kan helpen om eerlijkere toernooien te ontwerpen, te experimenteren met nieuwe oplossingen en, waarom ook niet, het spel nog stimulerender te maken.
Bron: arXiv
(RS/©GreenMe.it/Vertaling en bewerking: The Global Nature/Illustratie: JESHOOTS.COM via Unsplash)
